European Silver SRI®

 

 

PAAR ZILVEREN SAUSKOMMEN
Johannes Schiotling, Amsterdam, 1766

993 gram totaal, circa 20 cm lang, 10,5 cm breed, circa 12 cm hoog

De sauskommen staan verhoogd op drie voluutvormige voeten die voortkomen uit een bladornament. Het lichaam met brede tuit en dubbel c-vormige zilveren greep is omzoomd met een geprofileerde rand en is aan weerszijden gegraveerd met een gekroond spiegelmonogram A. Volledig gekeurd aan de onderzijde van het lichaam.[1] Tevens afgeslagen het herkeur van 1795 voor Amsterdam. 


 De zilversmid Johannes Schiotling (1730-1799) werd geboren in Göteborg, Zweden. Op zeventienjarige leeftijd ging hij zes jaar lang in de leer bij zilversmid Olof Fernlöf. Rond 1760 arriveerde hij in Amsterdam, waarschijnlijk aangetrokken door het economisch gunstige klimaat, zoals ook vele andere ambachtslieden naar de Nederlanden kwamen. In 1762 kocht hij het poorterschap om zich te kunnen inschrijven bij het goud- en zilversmedengilde. Het jaar daarop trouwde hij met Margaretha Sophia Janssen uit Aurich. Haar broer, Johann Diedrich Janssen, was getuige bij het huwelijk, beiden afkomstig uit Aurich in Oost- Friesland. In 1766 werd hij partner bij Schiotling. Tevens kwamen drie andere zilversmeden werken bij Schiotling, te weten Jan Arend, Wilhelmus Angenendt en Christoffel Mittscherlich, een zeer goede drijver. In 1771 kocht Schiotling een huis in de Kalverstraat, tegenover de Heiligenweg, om daar een kashouderij (winkel) te vestigen. Zijn werkplaats behield hij in de Egelantierstraat. Het echtpaar Schiotling kreeg twee zoons, Johannes Hendrik en Andreas, beiden werden ook zilversmid. Na het overlijden van Johannes in 1799 werd de zaak voortgezet door zijn zoon Andreas en zijn weduwe Margaretha. Een afbeelding van het echtpaar, vervaardigd in was, is bekend. Dit dubbelportret is gemaakt door zijn zilverdrijver Christoffel Mittscherlich. Het dubbelportret is nu in het Amsterdam Museum en bevond zich tot 1993 in de Hartcourt Collections.

 

[1] De afgeslagen merken komen overeen met de merken die bekend zijn in de literatuur. Afwijkend is het teken van de provinciale leeuw. De vorm van de contour is niet vermeld bij Voet 1912 bij de jaarletter reeksen. Wel vermeldt Voet het teken voor het eerst bij het jaar 1769. Hieruit blijkt dat dit teken eerder in gebruik werd genomen. Dit is bijvoorbeeld ook te zien bij een set van vier kandelaars, vervaardigd door Schiotling in 1766, die zich in het Rijksmuseum te Amsterdam bevindt, zie hiervoor De Lorm 1999, cat. 80, p. 143. Een paar wandarmen, in het Amsterdam Museum, Amsterdam, vervaardigd door Schiotling in 1767 heeft ook deze provinciale leeuw, Vreeken 2003, cat. 78, p. 175. Hieruit blijkt dat dit teken dus al in 1766 in gebruik was. Uit onderzoek blijkt dat voor de Amsterdamse gildetekens vaak oudere tekens werden gebruikt in latere jaren. 


PAIR OF DUTCH SILVER SAUCE BOATS

Johannes Schiotling, Amsterdam, 1766

993 grams in total; circa 20 cm long, 10,5 cm wide, circa 12 cm high

The sauce boats are raised on three scroll supports that are headed by a leaf ornament. The body with wide lip and double scroll silver handle has a tied reeded border and is engraved on both sides with a crowned mirror monogram A. Fully marked on the reverse of the body. Also struck with a 1795 control mark for Amsterdam.


The silversmith Johannes Schiotling (1730-1799) was born in Göteborg, Sweden. At the age of seventeen he committed himself to a six-year training with Olof Fernlof, a master silversmith.

Around 1760 Schiotling arrived in Amsterdam. Like so many young silversmiths from abroad at that time, he was drawn to the tolerant and wealthy city of Amsterdam, where numerous foreign craftsmen could flourish. In 1762 he enrolled in the guild and one year later he married Margaretha Sophia Janssen from Aurich. Her brother Johann Diedrich Janssen was a formal witness at the wedding and in 1766 he joined Schiotling’s workshop, together with three other silversmiths: Jan Arend, Wilhelmus Angenendt and Christoffel Mittscherlich. The latter was an excellent chaser. In 1771 Schiotling bought a house at Kalverstraat, opposite Heiligeweg in Amsterdam, where he opened a shop, a ‘kashouderij’. His workshop remained in Egelantierstraat. Schiotling’s two sons, Johannes Hendrik and Andreas also became silversmiths. After Schiotling’s death in 1799, his widow Margaretha and his son Andreas took over the workshop. Christopher Mittscherlich made a lovely double portrait of the couple in wax, which is now in the collection of the Amsterdam Museum and used to be in the Hartcourt Collections until 1993.

Herkomst

-Verbeek-Schuttelaar, Gouda, 1999

-Particuliere collectie, Den Haag, 2006-2024

Vergelijkende literatuur

-E. Voet Jr., Merken van Amsterdamsche Goud- en Zilversmeden, Den Haag, 1912

-Tent. Cat., Johannes Schiotling, een Amsterdamse zilversmid (1730-1799), Rijksmuseum Amsterdam, 1976, cat. 9

-J. R. de Lorm, Amsterdams Goud en Zilver, Zwolle, 1999

-H. Vreeken, Goud en Zilver met Amsterdamse keuren, Amsterdams Historisch Museum, Zwolle, 2003