European Silver SRI®

 

 

ZILVEREN INKTSTEL MET BEL
Adriaen Havelaar, Den Haag, 1718 en 1722

1246 gram, 24,7 x 17,8 cm; 15 cm hoog inclusief bel

De basis van het inktstel bestaat uit een geprofileerd langwerpig vlak met aan de achterzijde een uitstekend gecontourneerd vlak, waarin een spiegelmonogram is gegraveerd. In het langwerpige gedeelte zijn drie ronde uitsparingen voor inktpot, zandstrooier en bel aangebracht en een langwerpige halfronde uitsparing bij wijze van pennenbak. De cilindervormige inktpot met scharnierende bolle deksel en zandstrooier met ajour gezaagde platte deksel hebben geprofileerde randen en staan op een geprofileerde voetrand. De klokvormige bel met zilveren klepel heeft in het midden een geprofileerde band en tevens een geprofileerde rand aan de onderzijde; de steel is balustervormig met een profielrand en heeft een geprofileerde knop. Het inktstel staat verhoogd op vier knopvormige voetjes.

Volledig gekeurd op de onderzijde van het onderstel, de inktpot, de zandstrooier en op de binnenzijde van de tafelbel. Tevens voorzien van keur voor Utrecht in gebruik vanaf 1739.

 

Een soortgelijk Haags inktstel uit 1713/1714 van de hand van de Haagse zilversmid Jacques Tuiller staat beschreven en is afgebeeld in Haags goud en zilveren bevindt zich in de collectie van het Kunstmuseum (voormalig Gemeentemuseum) te Den Haag.[1] De bel van dit inktstel heeft ook een verschil met het jaar, deze is een jaar later gekeurd.            

Het zilveren inktstel was niet alleen functioneel, maar fungeerde ook als statussymbool. Niet voor niets staan op veel zeventiende-eeuwse en achttiende-eeuwse portretten en groepsportretten zilveren inktstellen als attribuut afgebeeld. De opdrachtgever liet hiermee zien dat hij/zij geletterd was en welvarend genoeg om zich een dergelijk kostbaar zilveren voorwerp te kunnen permitteren.

De vormentaal van dit inktstel gaat terug op Franse voorbeelden uit de zeventiende eeuw, die werden nagevolgd aan het begin van de achttiende eeuw door zilversmeden, werkzaam in de belangrijkste centra van Europa. In Den Haag, de Hofstad, waar het een komen en gaan was van buitenlandse gezanten en hoogwaardigheidsbekleders, was met name de Parijse invloed groot.

De veelal aristocratische opdrachtgevers uit Den Haag en omstreken lieten meestal hun familiewapen of monogram aanbrengen op het door hen bestelde zilveren voorwerp. Het ongeïdentificeerde spiegelmonogram op dit inktstel bevat een kleine letter Q, die mogelijk wijst op de functie van “quaestor”, penningmeester.





Gegraveerd spiegelmonogram op inktstel van Adriaen Havelaaar

Adriaen Havelaar

Over de zilversmid Adriaen Havelaar is in de literatuur niet veel beschreven. Elias Voet geeft een biografie van deze zilversmid en zijn zonen, ook zilversmeden, in zijn boek over Haagse zilversmeden.[2] Bij Adriaen Havelaar staat dat de zilversmid uit Rotterdam kwam en overleed in 1717. Het lijkt erop dat de biografie van Voet op dit punt niet kan kloppen, vanwege een presenteerblaadje met het meesterteken AH monogram, dat vervaardigd is in 1731. De suggestie dat de erven het zilversmidsbedrijf hebben voortgezet is twijfelachtig.[3] Bastiaan Havelaar (Voet 105) zal wel een zoon zijn geweest die in 1733 werd opgenomen als gildelid, toen 25 jaar. Het is aannemelijk dat hij bij zijn vader in de leer is geweest. De vele werken na 1717 met meesterteken AH, die overgebleven zijn, zoals inktstel, presenteerblaadje, bel, dienblad met wapen van stadhouder Willem V, blaker, een paar ronde dienbladen en twee verschillende presenteerblaadjes maken het niet aannemelijk dat zoon Bastiaan deze in die periode heeft gemaakt. Waarschijnlijk is Adriaen overleden tussen 1731 en 1733, het jaar dat Bastiaan tot het Haagse gilde toetrad. De overeenkomst met het meesterteken van Adriaen, AH monogram in cirkel, en dat van Bastiaan, BH monogram in cirkel, geeft de overeenkomst duidelijk weer. 

Wel is interessant hetgeen Elias Voet beschrijft, dat ‘Mons. Havelaar mr. Zilversmid heeft aangenomen te maken..…..” voor de Haagse zilversmid Jean Rostang zes lampetkannen met schotels. [4] Hieruit blijkt, tezamen met het nu bekende werk van Adriaen, dat hij een goede zilversmid is geweest. De zilversmid Rostang heeft belangrijke werken geleverd waarvan een blaker opmerkelijk is. Deze blaker uit 1713 is namelijk bestemd voor twee kaarsen, hetgeen afwijkend is. Het gebruik van twee kaarsen blijkt naar Frans voorbeeld te zijn en alleen in gebruik te zijn geweest aan het hof.[5] Rostang moet zeker gegoede of adellijke families tot zijn clientèle hebben gehad. 

Adriaen Havelaar zal zeker ook in deze kringen bekend zijn geweest, getuige het feit dat hij in 1722 een zilveren blad met daarop het gegraveerde wapen van de zeer jonge Willem IV vervaardigd heeft.[6] Verder is van zijn hand een wijnproefschaaltje uit 1712, gegraveerd met Bacchus op een ton, met een monogram RXS en een randschrift, bewaard gebleven. Het schaaltje bevindt zich in de collectie van Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam.[7]

Binnen het bekende oeuvre van de zilversmid Adriaen Havelaar neemt het inktstel met bel een voorname plaats in. Het spiegelmonogram behoorde toe aan een voornaam persoon van een familie die uiteindelijk in stad Utrecht woonde. Het kleine keur van Utrecht, in gebruik sinds 1737, is de verwijzing dat het vermoedelijk om een Utrechtse familie zal gaan.[8]